• De meeste projecten voor gemeenschappelijk cultureel erfgoed zijn omvangrijk en kosten meer dan € 150.0000. Daardoor ontving de Mondriaan Stichting relatief weinig aanvragen.
  • De Mondriaan Stichting heeft de beschikking gekregen over dit budget om extra flexibiliteit te bewerkstelligen en kleinere projecten mogelijk te maken. Daardoor kunnen interessante samenwerkingsrelaties tussen Nederlandse en buitenlandse organisaties ontstaan, die vervolgens kunnen leiden tot grote veelomvattende projecten voor gedeeld erfgoed. Deze flexibiliteit wordt echter beperkt door de strikte criteria, die zeker bij kleinere projecten vaak een barrière vormen, zoals de definitie van gedeeld erfgoed en de hoogte van de financiële bijdrage van het partnerland.

Eind 2006 hebben de ministeries besloten de opdracht aan de Mondriaan Stichting niet te verlengen. Begin 2007 is hierover overleg gevoerd. De ministeries hebben vervolgens de Mondriaan Stichting gevraagd met de onbestede middelen alsnog een aantal projecten te financieren (twee projecten in 2007, een in 2008). Kennis van gedeelde geschiedenis of historische relaties is in een multiculturele samenleving immers van vitaal belang. Daarom is de Mondriaan Stichting van plan, analoog aan de ondersteuningsmogelijkheid voor het erfgoed van culturele minderheden in Nederland, binnen haar internationale beleid een nieuwe ondersteuningsmogelijkheid te introduceren. Met een bescheiden budget wil zij projecten ondersteunen voor het ontsluiten en presenteren van erfgoed uit een gedeeld verleden: erfgoed dat de relatie met Nederland zichtbaar maakt, illustreert, bekritiseert of in perspectief plaatst. Daarbij gaat de aandacht vooral uit naar projecten met voor Nederland belangrijke herkomstlanden. Voorwaarde is dat betrokken organisaties uit beide landen binnen het project samenwerken en vervolgens een presentatie verzorgen.

Overige projecten en flexibel budget
Als overige projecten binnen het flexibele budget ondersteunt de Mondriaan Stichting bijzondere, hoogwaardige en belangrijke aanvragen die ondanks de nieuwe, meer flexibele werkwijze om formele redenen niet in aanmerking zouden komen voor ondersteuning. Daarvan waren twee projecten gericht op cultureel erfgoed.